Skip to main content

Coccidiose deel 1: Terug naar de basis...

Waarom is coccidiose een voortdurende bedreiging voor pluimvee?

Coccidiose wordt veroorzaakt door de parasiet Eimeria. Je spreekt over coccidiose wanneer er aan twee voorwaarden voldaan wordt. Allereerst: de aanwezigheid van bepaalde types van Eimeria in een vleeskuiken die de darmgezondheid ernstig schaden. Ten tweede moeten deze Eimeria spp. in voldoende grote aantallen aanwezig zijn.

Kenmerken van Eimeria spp. 

  • Het komt in bijna elk koppel (conventionele of trager groeiende) vleeskuikens voor tijdens de productieronde. Een beperkte aanwezigheid van Eimeria spp. hoeft niet te leiden tot grote problemen, mits de aanpak goed is.
  • Ze zijn diersoort-specifiek. Dit houdt in dat de types van Eimeria die we aantreffen bij kippen niet voorkomen bij ander pluimvee zoals kalkoenen.
  • er zijn 7 soorten van belang voor vleeskuikens. E. maximaE. tenella en E. acervulina zijn bij reguliere en trager groeiende vleeskuiken de bekendste. Elk type valt een specifieke plaats van het darmstelsel aan en resulteert in meer of minder weefselschade.
  • Een volledige ontwikkelingscyclus duurt ongeveer één week, per ronde zijn dus meerdere cycli mogelijk. Tevens leidt de opname van 1 gesporuleerde oöcyste tot honderdduizenden nakomelingen. De coccidiosedruk loopt dus al snel op na de start van de ronde. Een ontwikkelingscyclus van de parasiet speelt zich vooral af in het vleeskuiken, maar ook deels buiten de kip. Een goede preventie richt zich dus op beide delen.

Wanneer komt coccidiose voor?

Bij zowel reguliere als trager groeiende vleeskuikens komt coccidiose door de hele productiecyclus voor, maar de dynamiek is anders. Terwijl bij reguliere vleeskuikens de piek wordt vastgesteld tijdens de 3e – 4e week, ziet men bij trager groeiende vleeskuikens niet één maar twee coccidiose-pieken. De eerste coccidiose-piek treedt hierbij 7-10 dagen later op dan bij reguliere vleeskuikens terwijl de tweede kleinere piek plaatsvindt tussen dag 44-56. Daarnaast valt op dat coccidiose-letsels bij trager groeiende vleeskuikens minsten even groot zijn als bij reguliere vleeskuikens.

Verloop coccidiose-letsels gedurende de ronde bij Ross 308 (2017-2019) en Hubbard JA757 (2022-2024) vleeskuikens. Afbeelding: Elanco

Hoe stel je een coccidiose-probleem vast?

Coccidiose bij vleeskuikens kan zich op twee manieren uiten. Bij klinische coccidiose kan er sterfte optreden, terwijl bij subklinische coccidiose de effecten vooral naar voren komen in de technische resultaten. In België en Nederland zie je dat voornamelijk subklinische coccidiose impact heeft op de voerconversie en dagelijkse groei.

Aangezien coccidiose de darmen aantast, kan men in de stal afwijkingen zien van de mest en verminderde strooiselkwaliteit. Afwijkende mest kun je onder andere herkennen aan slijmbijmenging, voerkleurige mest, grote hoeveelheden onverteerd voer en bloedbijmenging bij de caecale mest (blindedarmmest). Vooral dit laatste is een duidelijk teken van coccidiose en meer specifiek voor E.tenella.

Andere problemen

Een verminderde strooiselkwaliteit is niet altijd het gevolg van coccidiose. Zo kan dit onder andere ook ontstaan bij suboptimale ventilatie, condens en lekkende drinknippels. Daarnaast zijn afwijkingen van de mest ook mogelijk door andere infectieuze aandoeningen zoals Clostridium. Clostridium wordt echter vaak aangetroffen in samenspel met coccidiose bij vleeskuikens.

Wilt u een goed beeld hebben van wat er gebeurt in de stal? Neem dan contact op met uw dierenarts voor het uitvoeren van secties. Hierdoor kan er nagegaan worden wat de onderliggende reden is van verminderde strooiselkwaliteit of afwijkingen in de mest. Een verminderde darmgezondheid kan één van de oorzaken zijn.

Waarom is coccidiose steeds een latent gevaar?

Het probleem bij coccidiose is dat slechts enkele infectieuze eitjes van de parasiet al snel resulteren in honderdduizenden oöcysten na één week. Opname van een beperkte hoeveelheid oöcysten kan dus al snel leiden tot een situatie die moeilijker te controleren is en impact heeft op de technische resultaten. Bovendien wil het niet zeggen dat in een stal die visueel schoon is, er geen oöcysten aanwezig zijn. Oöcysten zijn niet met het blote oog te zien.

De gesporuleerde oöcysten zijn zeer resistent. Er zijn slechts weinig ontsmettingsmiddelen die in staat zijn deze oöcysten effectief te doden. De meeste producten die een werkzaamheid hiertegen hebben, zijn vrij agressief en kunnen de stalinrichting aantasten. Denk hierbij aan het gebruik van ongebluste kalk of het branden van de vloer.

Effect op prestaties

Coccidiose, veroorzaakt door Eimeria-parasieten, komt in België en Nederland vaak subklinisch voor. Deze subklinische infecties hebben vooral invloed op de prestaties, met name een verminderde voederconversie en groeisnelheid. Het monitoren van de strooiselkwaliteit biedt een waardevolle beoordeling op de boerderij, maar voor een dieper inzicht is een autopsie door een dierenarts aan te bevelen. Zelfs met strenge hygiënemaatregelen vormt de snelle levenscyclus van Eimeria – een paar oöcysten kunnen zich in slechts een week vermenigvuldigen tot honderdduizenden – een risico voor zowel reguliere als langzaam groeiende vleeskuikens. Langzaam groeiende vleeskuikens ervaren zelfs twee infectie-pieken binnen een ronde.

Over Elanco

Ontdek waarom we een toonaangevende leverancier zijn van innovatieve oplossingen, die de gezondheid van dieren beschermen en verbeteren. 

EM-BE-25-0023 (BNL)

Elanco en het diagonale balklogo zijn handelsmerken van Elanco of haar dochterondernemingen. ©2026 Elanco.