Hoe voorkom je hittestress bij vleeskuikens?

Kuikens produceren warmte. Niet alleen omdat ze actief bezig zijn, maar ook door vertering en andere metabole processen. Om hun lichaamstemperatuur goed te houden, moeten ze overtollige warmte afgeven aan hun omgeving, door middel van bijvoorbeeld verdamping en geleiding. Als een vleeskuiken de warmte onvoldoende kwijt kan, ontstaat ‘warmtestapeling’. De lichaamstemperatuur stijgt en dit resulteert in lagere voeropname, minder groei, verstoring van biologische processen, een slechtere darmgezondheid en in extreme gevallen zelfs sterfte. Dit noemen we hittestress. Hittestress bij vleeskuikens is een serieuze bedreiging voor dierenwelzijn en productiviteit. Hoewel hittestress vooral optreedt tijdens de zomermaanden, kan het ook optreden in andere seizoenen. Vooral op momenten wanneer de groei maximaal is en er bijvoorbeeld ventilatie-fouten gemaakt worden. De moderne vleeskuiken, met zijn hoge metabolische activiteit, is extra gevoelig. Om warmtestapeling te voorkomen, is het belangrijk om te begrijpen welke factoren een rol spelen bij het ontstaan van hitterstress.
Factoren die bijdragen aan hittestress

Verschillende factoren spelen een rol bij het ontstaan van hittestress. Temperatuur en relatieve vochtigheid zijn vanzelfsprekend belangrijk. Een hoge temperatuur, vooral in combinatie met een hoge luchtvochtigheid, bemoeilijkt de warmteafgifte van de kuikens. Als de luchtvochtigheid in een stal hoog is, kan een vleeskuiken steeds moeilijker hitte afvoeren door te hijgen met een open snavel. Bij 20% RV is hijgen nog een heel effectieve manier, vanaf 40% RV wordt het al lastiger en boven de 70% RV levert hijgen geen koeling meer op voor het kuiken.
De relatie tussen hittestress, omgevingstemperatuur en relatieve luchtvochtigheid wordt weergegeven door de temperatuur-vochtindex (= temperatuur + luchtvochtigheid). Een temperatuur-vochtindex van rond 90 is optimaal, terwijl bij een index van boven 115 de dieren onvoldoende lichaamswarmte kunnen afgeven. Goede ventilatie is dan cruciaal. Een goed ventilatiesysteem zorgt voor frisse lucht, afvoer van gassen en vocht en een gelijkmatige warmteverdeling. Dit draagt allemaal bij aan een verhoogd comfort voor de kuikens. Daarnaast zijn er ook factoren gerelateerd aan het dier zelf zoals genetica, groeisnelheid, leeftijd, geslacht, bevedering en algemene gezondheid.
Bezettingsdichtheid
Ook de bezettingsdichtheid van de stal is een belangrijke factor bij de preventie van hittestress. Een hoge dichtheid bemoeilijkt de warmteafgifte en kan leiden tot opwarming van het strooisel. Bij een verminderde strooiselkwaliteit kan broei ontstaan. Dit zorgt ervoor dat de vleeskuikens bij een hoge bezetting moeilijker warmte kunnen afgeven Ook stress dient vermeden te worden. Het uitladen van de kuikens of gebruik maken van voerpannen kan meer stress opleveren en de situatie verergeren. Stress leidt namelijk tot een hogere activiteit en dus warmteproductie door het kuiken.
Voeding
Ten slotte speelt ook voeding een rol bij het voorkomen van hittestress. Daarnaast is watermanagement cruciaal, zowel de beschikbaarheid als de temperatuur van het water. Om voldoende warmte af te geven via hijgen, dient het kuiken voldoende water op te nemen om niet uit te drogen. Ook de samenstelling van het voer, met name de eiwit vs vetgehaltes en supplementatie van anti- oxidanten kunnen de gevoeligheid voor de gevolgen van hittestress beïnvloeden.

Preventie van hittestress
Om hittestress effectief te voorkomen is een integrale aanpak vereist. Het begint met een goed stalklimaat. Zorg voor optimale temperatuur en luchtvochtigheid en een goed functionerend ventilatiesysteem. Pas het lichtschema aan om de dieren rust te gunnen en het risico op hypoglykemie te verminderen. Beperk stress zoveel mogelijk, bijvoorbeeld door zorgvuldig uitladen.
Besteed vervolgens aandacht aan voeding en watermanagement. Zorg voor voldoende drinknippels met voldoende debiet en een optimale watertemperatuur. Vermijd voerstoringen en pas het voer aan naargelang het tijdstip van de dag.
Coccidiosepreventie
Coccidiose vormt een extra uitdaging voor vleeskuikens tijdens warme periodes. De darmschade veroorzaakt door hittestress wordt nog groter door coccidiose. Preventie van coccidiose is daarom essentieel, ook in de zomer. Narasin, een ionofoor coccidiostaticum, biedt een duurzame oplossing. Het draagt niet alleen bij aan een betere darmgezondheid, maar ook aan verbeterde technische resultaten, zoals hogere eindgewichten en een betere voerconversie. Narasin heeft bovendien een minder negatieve impact op de prestaties van vleeskuikens tijdens hittestress in vergelijking met andere ionoforen zoals salinomycine1. Ook ten opzichte van monensin heeft narasin de voorkeur aangezien monensin leidt tot een verminderde wateropname²,3 wat niet gewenst is bij warmere periodes. Het gebruik van narasin in de zomermaanden draagt bij aan een duurzame pluimveehouderij door verbeterde diergezondheid en -welzijn, betere technische resultaten, en een lagere milieu-impact.
- Elanco Data on File
- Bartov I, 1986. Effect of dietary fat and protein levels on monensin toxicity in broiler chicks. Poultry Science, 66 (8), p. 1385-1391
- Quart M.D, Damron B.L., Christmas R.B., 1995. Effect of coccidiostats on performance, water intake and litter moisture of broilers. Journal of applied Poultry Science.
